In de media: RTV Oost over het Fieldlab Dierwaardig

“Je zou denken wat goed is voor het dier, ook goed is voor de boer. Maar dierenwelzijn en economie botsen soms met elkaar.” Biologisch melkveehouder Rick Huis in ’t Veld uit Lettele vindt dat er meer aandacht moet komen voor het natuurlijk gedrag van dieren in de veehouderij. De weg ernaartoe en het financiële plaatje moeten wel haalbaar zijn. Daarom doet hij samen met twee collega-veehouders mee aan een praktijkonderzoek naar hoe te komen tot dierwaardige veehouderij.

De koeien van Huis in ’t Veld lopen in een ruime en lichte zogeheten serrestal, al lopen ze eigenlijk tien maanden in het jaar buiten. Er zijn geen aparte ligboxen, de koeien liggen in de stal op een grote bult stro. Dat komt omdat zijn koeien horens hebben en dat werkt niet in een gewone melkveestal. “Wij zijn twaalf jaar geleden omgeschakeld naar biologisch en toen kwam de mogelijkheid om koeien met horens te houden. Die keuze hebben we gemaakt en dit stalsysteem en deze koeien passen bij ons bedrijf. Dit kan niet overal.”

Onderzoek samen met boeren

Innovatie- en onderzoekscentrum VKON pakt samen met agrarisch hogeschool Aeres en de dierenartsen van De Buitenpraktijk de handschoen op om te komen tot meer dierwaardige veehouderij. Uitgangspunt zijn de zes principes die de Raad voor Dierenaangelegenheden heeft vastgesteld: goede voeding, een gezonde en schone omgeving waar dieren de mogelijkheid hebben hun natuurlijk gedrag te vertonen. Ook moeten dieren een positieve emotionele staat ervaren en is er ruimte voor de intrinsieke waarde van het dier.
Wat nieuwe regelgeving gaat betekenen voor de veehouder is nog deels onduidelijk. Voor boeren is het daarom lastig om te bepalen welke stappen zij moeten zetten om te zorgen voor een toekomstbestendig bedrijf. Marije Elderink van VKON vindt het belangrijk dat de praktijk er al wel mee bezig gaat. “We zorgen de komende twee jaar dat er een soort proeftuin komt, waarin veehouders de ruimte krijgen om stappen te bedenken en te zetten naar dierwaardige veehouderij. Dat is belangrijk, want als er wetgeving aankomt wordt het ‘moeten’. Dus in plaats van af te wachten ga je er nu al mee bezig.”

Het onderzoek wordt de komende twee jaar in Overijssel uitgevoerd. Marije hoopt dat meer veehouders aanhaken. “Je doet kennis op en die deel je met anderen. Het zou mooi zijn als varkensboeren leren van koeienboeren en andersom. Na die twee jaar willen we kijken of het ook in de praktijk kan.”

Het zou mooi zijn als varkensboeren leren van koeienboeren en andersom.

Gangbaar en biologisch

Twee van de drie deelnemende bedrijven zijn varkensbedrijven. Het biologische varkensbedrijf van Jeroen en Nieske Neimeijer in Heino en het gangbare varkensbedrijf van Gerben Dekker uit Vriezenveen. “Als gangbare boer werk ik niet met een bepaald welzijnsconcept. Wij zorgen voor onze dieren en de afzet is de supermarkt. Goed en betaalbaar vlees voor iedereen. We kijken wel, als we investeringen doen, naar wat goed is voor het varken. Maar als ik nu mijn stal in kom, zie ik varkens die alert zijn, rondlopen en goed reageren. Ja ik denk wel dat ze tevreden en gelukkig zijn.”
Dat er stappen gezet kunnen worden naar het verhogen van dierenwelzijn, daar is Gerben het mee eens. “Als varkenssector zijn we ook al bezig met kijken naar wat nog kan. Het is alleen zo dat elk bedrijf anders is. Bovendien kan je nu nergens een vergunning voor krijgen, dus als je wilt werken aan meer dierenwelzijn kan dat niet. Je kunt niet zomaar een stal vergroten of alle varkens buiten laten lopen. En er zit ook gewoon een kostenplaatje aan.”
Zijn biologische collega Jeroen beaamt dit. “De zeugen hier liggen in het stro, ze hebben een uitloop, een modderpoel en kunnen zomers de wei in. In onze vleesvarkensschuur is stro beschikbaar en kunnen de dieren omheind naar buiten. Daarnaast hebben we ons eigen concept: de varkensbungalows waar moeder en biggen in alle ruimte samen zijn. Dat kan niet overal, wij hebben een afzetmarkt gecreëerd voor ons vlees. Toch kunnen we in deze proef bekijken wat werkt en wat niet en hoe je komt tot dierwaardige veehouderij. Stap voor stap, zodat wij als bio-boer nog vooruit kunnen, maar ook onze gangbare collega’s zaken kunnen verbeteren.”

Aanhaken

De drie veeboeren hebben allemaal hun eigen reden om mee te doen aan het praktijkonderzoek, het zogeheten fieldlab. Zo willen de biologische boeren weten welke stappen ze nog meer kunnen zetten en vindt gangbare boer Gerben het belangrijk dat ook wordt gekeken of de wensen naar dierwaardige veehouderij in de praktijk haalbaar zijn. Ook willen de boeren na die twee jaar onderzoek graag testen in de praktijk.

In Nederland hebben wij een heel hoge standaard op het gebied van dierenwelzijn. Dat er dingen beter kunnen en moeten, daar kan ik ook in meekomen. Maar er hangt wel een prijskaartje aan.

Consument aan zet

Wat dierwaardige veehouderij exact is en hoe dat er in de toekomst uitziet, is ingewikkeld om nu al aan te geven. Jeroen Neimeijer vindt wel dat er tijd en ruimte voor moet zijn. Maar het belangrijkste is in zijn ogen de consument. “In Nederland hebben wij een heel hoge standaard op het gebied van dierenwelzijn. Dat er dingen beter kunnen en moeten, daar kan ik ook in meekomen. Maar er hangt wel een prijskaartje aan. Als de markt naar meer dierwaardige producten groeit, dan schakelen boeren om. Die produceren voor de vraag. Dus in mijn ogen is ook de consument aan zet. We zullen het toch met elkaar moeten doen.” 

Tekst is van RTV Oost: https://www.oost.nl/nieuws/3531716/overijsselse-boeren-doen-mee-aan-onderzoek-naar-dierwaardige-veehouderij