Een goede zeug bereidt zich staand voor op het werpen – BigLife

Maandag 18 mei 2026 was de tweede webinar van de driedelige webinarserie Bigoverleving. In deze editie stonden de zeugfactoren centraal, met speciale aandacht voor moedereigenschappen en het vrijloopkraamhok. In elk webinar behandelen we een ander thema uit het zogenoemde spinnewiel van bigoverleving en delen we praktische inzichten en direct toepasbare tips voor de dagelijkse praktijk.

Sprekers tijdens het webinar

Tijdens dit webinar doken we een uur lang in op de vraag hoe selectie op moedereigenschappen en het inpassen van vrijloopkraamhokken bepalend kunnen zijn voor een goede start van biggen. De sprekers gingen met elkaar in gesprek over hoe je gericht kunt selecteren op goede moedereigenschappen.

Varkenshouder Jarno Brummelhuis, pionier op het gebied van vrijloopkraam-opfokhokken, deelt zijn praktijkervaringen over de voor- en nadelen van het vrijloopkraamhok. Tegen welke uitdagingen kun je aanlopen in de praktijk? Waarom gaat het bij sommige zeugen wél goed, en bij andere niet?

Daarnaast zal Roos Vogelzang, adviseur Genetica bij Topigs Norsvin, ingaan op verschillende vragen: Wat verstaan we onder moedereigenschappen? Hoe hou je daar in de fokkerij rekening mee? Zijn er verschillen tussen geneticalijnen en hoe zie je die terug in de stal? Kunnen we voorspellen welke zeugen betere moeders zijn?

Een goede moederzeug in een traditioneel systeem is dat ook wanneer ze wordt gehouden in een vrijloopkraamhok. Dat blijkt uit onderzoek naar moedereigenschappen van Topigs Norsvin.

De fokkerijorganisatie selecteert al sinds 2008 op moedereigenschappen. De fokwaarde die daarvoor gebruikt wordt is gebaseerd op het aantal grootgebrachte biggen. Uitgangspunt van de fokkerij organisatie is dat een zeug voldoende spenen heeft om haar eigen biggen groot te brengen. Hiervoor selecteert Topigs Norsvin naast moedereigenschappen en bigvitaliteit onder andere ook op aantal spenen. 93 procent van de TN 70-zeugen geboren in 2025 heeft 16 spenen of meer.

Sneller eerste biest

Zeugen die een hoge fokwaarde hebben voor moedereigenschappen blijken rustiger dan soortgenoten met een lagere fokwaarde. Goede zeugen vocaliseren ook beter. Biggen vinden daardoor eerder het uier en nemen veel sneller na de geboorte de eerste biest op dan biggen van een zeug met een lagere fokwaarde. ‘En dat is positief als het gaat om bigoverleving’, geeft Roos Vogelzang, adviseur genetica van Topigs Norsvin aan tijdens het webinar van kenniscentrum VKON over bigoverleving.

Uit gedragsonderzoek blijkt dat een goede moederzeug voor het werpen meer staat. Vogelzang: ‘Zo’n zeug lijkt zich voor te bereiden op de biggen die eraan komen.’ Subfokker Jarno Brummelhuis uit Hoge Hexel herkent dat. ‘Een goede zeug ‘telt’ de biggen voor ze gaat liggen. Ze kijk om zich heen om te controleren dat ze niet op haar biggen gaat liggen en vocaliseert om de biggen erop voor te bereiden dat ze gaat liggen’, zegt hij. Een zeug die verhoudingsgewijs meer doodliggers heeft, blijkt vaak op de uier te liggen. Terwijl een zeug met weinig doodliggers veelal op haar zijde ligt.

Ook dat beeld herkent Brummelhuis uit de praktijk. Hij werkt al 10 jaar naar volle tevredenheid met vrijloopkraamopfokhokken: het Multifarrowsysteem. De varkenshouder uit Overijssel stond aan de wieg van de ontwikkeling van het systeem, waarbij het overkapte biggennest zich bij de kop van de zeug aan de controlegang bevindt. Het sociale contact tussen zeug en biggen ervaart Brummelhuis als belangrijk. Net als de mogelijkheid die het systeem zeugen biedt om contact te maken met zeugen in naastgelegen hokken.

Bij de subfokker werpen alle zeugen – zuivere Noor, zuivere Terra, TN 50 en TN 70 – in het vrijloopkraamhok dat een oppervlakte heeft van 6 vierkante meter. Brummelhuis vindt het belangrijk dat de zeug een rustig karakter heeft. De TN 50 en TN 70 beantwoorden daaraan. Brummelhuis zijn ervaring is dat het werpproces in een vrijloopkraamhok vlotter verloopt en er gemiddeld 2 tot 3 zoogmomenten per dag meer zijn in vergelijking tot een gangbaar kraamhok.

De subfokker fixeert de zeugen tijdens het werpen. Afhankelijk van de ontwikkeling van de biggen, wordt de zeug na 5 tot 7 dagen weer losgelaten. Dat moment is maatwerk. Na het werpen laat de Brummelhuis de zeug een halve dag met rust. ‘Werpen is een intensief proces. Staat ze na een halve dag nog niet, dan proberen we haar te laten staan. De thermometer altijd binnen handbereik.’ De uitval op het subfokbedrijf ligt in de kraamperiode op ongeveer 10 procent. De helft daarvan komt door doodliggen.

Vooruitgang

Bij het onderzoek van Topigs Norsvin naar moedereigenschappen en biggenoverleving, maakt de organisatie ook gebruik van video-analyses aangaande gewenst gedrag en informatie van de CT-scan. Al die informatie vertaalt zich onder andere in een hoger geboortegewicht. Uit praktijkcijfers blijkt dat van 2022 tot 2025 het geboortegewicht van een TN70 big steeg met 50 gram terwijl de toomgrootte met 1 big toenam. In 2025 wogen nakomelingen van TN 70-zeugen gemiddeld 1.435 gram. Dat komt bigoverleving ten goede, merkt Vogelzang op.