In het project Van Grond tot Grazer Gezond werken veehouders samen met VKON, DMS en loonbedrijf Volker en loonbedrijf Koonstra, stap voor stap aan een gezondere bodem, beter ruwvoer en sterkere koeien. Door slim om te gaan met mest en natuurlijke processen optimaal te benutten, groeit voedzamer gras dat direct bijdraagt aan gezonde dieren én een toekomstbestendig bedrijf.
Binnen het project worden verschillende pilots uitgevoerd, zodat elke veehouder binnen zijn of haar eigen bedrijfsvisie kan ontdekken welke verbeteringen passen. Drie studiegroepen werken hierbij met hun eigen bedrijfsdata. In deze lerende omgeving ontdekken deelnemers aan welke ‘knoppen’ ze kunnen draaien om bodem, gewas en diergezondheid duurzaam te verbeteren. Zo ontstaat ruimte voor groei, innovatie en waardering voor duurzame landbouw. De vierde groep boeren gaat het veld in om in de praktijk te kijken wat verschillende veranderingen met de grond, het gewas en de koe doen. Er is hierin geen goed of fout, het is juist een kans om van elkaar te leren.
Vanuit dit standpunt is een groep boeren gevormd met twee werkwijzen en één centrale vraag: Hoe gaan we er, zonder derogatie en met minder stikstof uit dierlijke mest, voor zorgen dat de kwaliteit van onze grond verbeterd wordt waardoor we een gezonder gewas en daarmee een betere koegezondheid krijgen? Met als resultaat minder uitspoeling en vervluchtiging van nutriënten en broeikasgassen, wat een doel was uit het PPLG van Overijssel.
Het afgelopen jaar is er in zes programma’s gewerkt aan diverse onderwerpen:
1. Drie mineralen bemesting
Samen met agrariër Frank is er een project gestart met zeezout, compostthee en steenmeel, om te kijken hoe dit kan bijdragen aan het telen van een gewas met een hoge voederwaarde en de juiste mineralen en sporenelementen. Met als doel de voedingswaarde voor het vee te verbeteren.
2. Niet kerende grondbewerking
Er zijn vier grondbewerkingen, overtopfrees, 4-disc, frees en spitten getest, (ploegen als nulmeting) om te zien hoe bodem en gewas zich ontwikkelen bij de overgang van gras naar maïs.
3. Sleepslang bemesting
Het onderzoeken van het verschil tussen sleepslangbemesting en gangbare bemesting. Er wordt onderzocht op de bodemdichtheid, de impact op het gewas en de biodiversiteit in de bodem.
4. Klauwgezondheid
Preventie van klauwgezondheidsproblemen stond hierin centraal. Vanuit een integrale benadering werd gekeken naar mogelijke tekorten bij de koe. Factoren zoals leefomgeving, koekenmerken, voeding en bodem worden hierbij systematisch meegenomen. Door de basis goed te leggen, kun je problemen voorkomen i.p.v. oplossen.
.
5. Spanning & straling
Hoe komt spanning en straling uit de omgeving de stal binnen? Hoe kun je dit verminderen of volledig wegnemen. Er wordt in kaart gebracht waar de bronnen van spanning en straling liggen, in de stal of vanuit de omgeving. Vervolgens werden verschillende methodes gebruikt om deze invloeden te beperken.
6. Bodemverbeteraar
De effecten van een meststof en een bodemverbeteraar op proefpercelen zijn onderzocht. Daarbij is gekeken naar zowel de bodem als het gewas. Een meststof wordt vaak direct door de plant opgenomen, terwijl een bodemverbeteraar de bodem helpt voedingsstoffen te mineraliseren.





