De melkveehouderij staat voor grote uitdagingen. Van bodem en waterkwaliteit tot dierenwelzijn en toekomstbestendige bedrijfsvoering: er wordt steeds meer gevraagd van jou als ondernemer. Tegelijkertijd liggen er volop kansen. Kansen om te blijven ontwikkelen, je bedrijf te versterken en bij te dragen aan een duurzame en dierwaardige melkveehouderij.
Om te kunnen vernieuwen is kennis essentieel. Weten waar je met je bedrijf naartoe wilt, inzicht hebben in wat werkt en leren van collega’s die al stappen hebben gezet. Daarom hebben we Karel Kennes gevraagd voor het project De Route Naar Balans. Kennes, runtsamen met zijn broer en acht man personeel loonwerkbedrijf De Schalm in Alphen én hij benaderde in 2013 melkveehouders met het voorstel om de hele ruwvoerproductie, grondbewerking en mestafzet voor hen te regelen. De vergoeding werd gebaseerd op de prestaties van de koeien. Vijf boeren namen die uitdaging aan, ze noemden hun project C-Cycle. Een van hen haakte na een jaar af. De rest is na vijf jaar experimenteren enthousiast.
Datum: Maandag 26 oktober
Inhoud: Peter Vanhoof ‘De waarde van mest’
Tijd: 09:45-15:00uur inclusief lunch
Locatie: Demonstratiebedrijf Sanderink-Sleiderink, Nijenhaerweg 26, 7588 RB Beuningen (Overijssel)
Leren van de praktijk
In Beuningen (Twente) ligt een melkveebedrijf waar in de hele bedrijfsvoering bewust wordt gewerkt aan bodemkwaliteit, natuurinclusieve landbouw, dierenwelzijn en samenhang tussen alle onderdelen van het bedrijf. Dit bedrijf vormt het levende voorbeeld binnen de cursus. Geen theorie op afstand, maar leren door te zien, te doen en te bespreken.
Wat leer je tijdens deze bijeenkomst?
“Goede mest stinkt niet.” Het klinkt bijna te simpel om waar te zijn. Toch is dit precies waar het volgens landbouwadviseur Peter Vanhoof om draait. En waarom steeds meer boeren zijn verhaal willen horen. Want waar mest jarenlang vooral als probleem werd gezien, ziet Vanhoof iets anders: een kans. Door te metingen op honderden bedrijven zag Vanhoof wat werkte en wat niet. Dat groeide uit tot een bredere blik op landbouwsystemen: “Dan ga je patronen zien.” Die patronen vormen de basis van TOPMEST: een methode om mestkwaliteit te meten en te begrijpen. Niet als afval of restproduct, maar als spiegel van wat er op het bedrijf gebeurt.
Peter Vanhoof is landbouwadviseur en de drijvende kracht achter TOPMEST. Hij groeide op in Vlaanderen, werkte in het landbouwonderwijs en woont sinds eind jaren negentig in Polen. Vanuit zijn fascinatie voor natuurlijke processen en bodembiologie ontwikkelde hij een eigen meetmethode voor mestkwaliteit. Inmiddels adviseert hij boeren in meerdere Europese landen en is hij een veelgevraagd spreker over kringlooplandbouw, bodemgezondheid en de rol van mest daarin.
Met De Route Naar Balans delen we bestaande kennis en ervaring, zodat je het wiel niet opnieuw hoeft uit te vinden. Het doel is inspiratie bieden, handelingsperspectief geven en je in beweging brengen, op een manier die past bij jou en je bedrijf.
Aanmelden "*" geeft vereiste velden aan
Wil je meedoen? Vul het aanmeldformulier in
Aanmelden DEMONSTRATIE De waarde van mest met Peter Vanhoof
Deelname aan de ontwerpsessie is kosteloos.
Gas geven met de handrem erop
De kern van zijn verhaal is verrassend praktisch: “Voer je koe en niet je put. Veel boeren sturen op maximale melkproductie. Maar veel liters zeggen niet alles. Als een koe haar voer niet goed verteert, ben je in feite je mestput aan het voeren”, zegt Vanhoof.
Slechte mest ontstaat bijvoorbeeld bij snelle rantsoenen gericht op hoge productie. Dan belandt voer onvoldoende verteerd in de put. Bacteriën in de mestput nemen het over, er ontstaan schadelijke stoffen door rotting. Na bemesting valt de groei van het gras hierdoor niet echt mee. “Het is alsof je gas geeft met de handrem erop.” Goede mest ontstaat als een koe haar voer écht benut. “Voer een koe als herkauwer: met gras als basis en verder alles in de juiste verhoudingen. Die mest fermenteert, ruikt nauwelijks en voedt het bodemleven.”
Geen grote revolutie, wel zichtbaar effect
Kleine, slimme aanpassingen kunnen al een groot verschil maken. Bijvoorbeeld in het rantsoen of het maaimoment. Vaak zonder grote ingrepen op het bedrijf. Steeds meer boeren sluiten zich daarom aan bij het TOPMEST-onderzoek. Wat het oplevert? Gezondere dieren, lagere kosten en een betere bodem. “Geen grote revolutie dus”, aldus Vanhoof, “maar wel zichtbaar effect.”
Ook voor akkerbouwers maakt mestkwaliteit het verschil. Goede mest voedt de bodem. Slechte mest kan die juist uit balans brengen. Daarmee raakt het direct aan een grotere vraag: wat is mest eigenlijk waard? Volgens Vanhoof wordt die vraag nog te weinig gesteld. “Jarenlang is gestuurd op productie en intensivering. Nu zien we dat dat systeem grenzen heeft. Maar de oplossing zit niet in nóg meer regels.” Zijn boodschap is helder: werk mét de natuur, niet ertegenin.
Wie mag deze sessie niet missen?
“Elke boer die boer wil blijven. Of je nu veehouder bent of akkerbouwer, intensief werkt of extensief. Voor akkerbouwers betekent goede mest: een bodem die écht gevoed wordt. Voor veehouders: gezondere dieren, lagere kosten en meer grip. En misschien wel het belangrijkste: het maakt boeren weer leuk.” Ook voor beleidsmakers heeft Vanhoof verhelderende inzichten: “Minder sturen op systemen en meer ruimte geven aan vakmanschap en praktijkervaring. Dat kan het verschil maken.”

